Bariatrisch chirurg Dr. Marloes Emous werkte als auteur of co-auteur mee aan een lange reeks wetenschappelijke artikelen. Vrijwel zonder uitzondering gaat het daarbij om artikelen die een aspect van de bariatrische chirurgie betreffen. Van medicijngebruik na de operatie, operatietechnieken, spiermassa: de volle bandbreedte van wat aan wetenschappelijk onderzoek denkbaar is passeert de revue.
‘De nadruk van mijn eigen onderzoek ligt op de lage suikers na een gastric bypass,’ zegt Emous. ‘Hypoglycaemie is een onderwerp waar ik zelf twee jaar
geleden op ben gepromoveerd. Daar is internist Loek de Heide verder mee gegaan. Dat is, zeg maar, één hoofdtak. De andere tak is zoeken naar de meest efficiënte methode om een gastric bypass uit te voeren.We doen nu een gerandomiseerde studie naar de beste operatietechniek, binnen de ‘Tailor-studie’. Het andere onderzoek gaat er meer om welke patiënten het meest zouden kunnen profiteren van een operatie. ‘Er zijn altijd mensen bij wie de operatie minder goed lukt dan je hoopt. Die vallen minder af of die komen weer aan. We onderzoeken of we kenmerken kunnen vinden bij
die patiënten, zodat we voor deze groepen de operatie efficiënter kunnen uitvoeren en dat ze na de operatie in een betere voedingstoestand blijven.’
SPIERMASSA
Het lijkt wat tegenstrijdig: mensen met obesitas kunnen ondervoed zijn door een eenzijdig dieet, terwijl ze wel te zwaar zijn. ‘Het onderzoek richt zich erop welke
eiwitten je post-bariatrisch zou moeten gebruiken, die het best worden opgenomen en helpen bij honger en verzadiging. Daarnaast kijken ze ook naar het effect van
spiermassa op de uitkomsten van een operatie. Dan moet je echter eerst een methode hebben om spiermassa goed te meten. Daar proberen we nog een antwoord op te geven: hoe meet je bij mensen met obesitas de spiermassa op een makkelijke manier? Daarna kun je kijken wat het effect is van de hoeveelheid spiermassa op het eindresultaat van een bariatrische ingreep, hoe kun je die spiermassa trainen,
en weke operatie zorgt voor het meeste behoudt van spiermassa.’
Veel patiënten met obesitas hebben te kampen met diabetes type 2. Vrijwel altijd verdwijnt diabetes na de bariatrische ingreep. Wat voor mechanismen zitten daar achter? Emous: ‘In de darmen worden veel signaalfuncties getriggerd op het moment dat er voedsel langskomt. Allemaal verschillende stofjes: hormonen, maar ook terugkoppeling via de zenuwen. Als het voedsel sneller passeert en eerder onverwerkt verderop in de darm aankomt, dan komen sommige stoffen eerder vrij in het lichaam. Als gevolg daarvan gaat de alvleesklier veel harder werken, omdat GLP-1,
één van die stoffen veel eerder in het bloed komt. Daardoor wordt de alvleesklier getriggerd om insuline te maken. Het blijkt dat mensen met diabetes type 2
dus wel degelijk insuline kunnen maken, en de dag na de operatie hebben ze al minder medicijnen nodig.’ Alleen kan dat systeem weer doorschieten. ‘Dan hebben mensen helemaal geen diabetes, maar hebben ze wel veel te lage suikers want de alvleesklier gaat té hard werken en maakt té veel insuline als reactie op de suikers die in de darm komen. En dan krijg je hypoglycaemieën die eigenlijk niets te maken hebben met diabetes, het is een vorm van overreactie.’
WERELDWIJD
Het is onderzoek waarvoor vanuit de hele wereld belangstelling bestaat. Emous: ‘Ik heb vorig jaar nog deelgenomen aan een wereldwijde webinar over hypoglycaemieën na bariatrie, samen met andere internationale onderzoekers. Andere centra gebruiken
het onderzoek om behandelmethoden te verbeteren.’ Onderzoek op het gebied van de bariatrie is in Nederland goed uitvoerbaar. Er zijn betrekkelijk weinig bariatrische centra, waarvan het CON, Centrum voor Obesitas Noord Nederland in het MCL er één is, en het enige in het noorden. Deze centra hebben een betrekkelijk groot aantal patiënten; in het MCL zo’n 1.000 per jaar (tijdelijk minder door corona). In andere landen doet een centrum er misschien rond de 50 of 100 per jaar. Emous: ‘Daardoor krijg je toch niet het aantal patiënten dat nodig is om goed onderzoek te
doen.’
Alle onderzoeken worden gedaan in het belang van de patiënt, maar voor Emous springen de onderzoeken naar operatietechnieken eruit. ‘Bij onderzoek naar een
mini-gastric bypass is gekeken naar het effect van het plaatsen van een extra hechting, waardoor de patiënt minder reflux heeft. Dat heeft directe consequenties voor ons beleid en voor patiënten. Bij de Tailor-studie meten we de lengte van darmlissen; daar helpen we uiteindelijk heel veel patiënten mee.’
GEMOTIVEERD
Patiënten zijn doorgaans gemotiveerd om mee te doen
aan onderzoek, ervaart Emous. ‘Bijvoorbeeld bij de mini gastric bypass. We doen ook veel retrospectief onderzoek. We hebben best een grote populatie die je daarbij deelneemt. Patiënten vinden het vaak zelf heel leuk om mee te werken, vaak met het idee: is het niet voor mij, dan is het in de toekomst voor een ander. Vaak
vinden ze het ook interessant om te weten wat het onderzoek oplevert en wat de consequenties ervan zijn. Ik vind het heel bijzonder dat patiënten gemotiveerd
zijn om voor een wetenschappelijk onderzoek een hele dag allerlei onderzoeken te ondergaan, waarvoor ze alleen een reiskostenvergoeding krijgen.’ Emous is een enthousiast onderzoeker, ondanks het soms forse tijdbeslag. ‘Het is altijd teamwork, met heel veel mensen die elk een eigen schakeltje voor hun rekening nemen. We hebben in het MCL promotietrajecten. Zoals een ANIOS die de Tailor-studie
doet. Die mensen kunnen een deel van hun tijd volledig aan het onderzoek besteden.’ De onderzoekslijnen worden bovendien gesteund door oud-internist Loek de Heide, die na zijn pensionering zijn interesse in wetenschappelijk onderzoek voortzet en betrokken is bij een reeks onderzoeken bij het CON. Door onderlinge verbanden bij universiteiten en klinieken ontstaat een groot onderzoeksteam. ‘Dat maakt het heel leuk om mee verder te gaan.’
KWALITEIT VAN LEVEN
En onderwerpen binnen dit deel van de medische wetenschap liggen min of meer voor het oprapen. ‘Ik zou graag een onderzoek doen naar de verschillen tussen de Roux-en-Y-gastric bypass en de mini-gastric bypass. En dan met name kijken naar het optreden van klachten. Bij veel studies wordt uitsluitend gekeken naar gewichtsreductie. Ik denk dat kwaliteit van leven een veel belangrijker eindpunt is. En dat wordt onder meer
bepaald door bijwerkingen en complicaties; hóe ben je afgevallen. Ik ben benieuwd of daar verschil in zit en of je dan een voorkeur kunt uitspreken voor een bepaalde
operatietechniek.’
Sommige onderzoeken hebben een heel bijzonder karakter. Emous: ‘We doen samen met de Hogeschool Van Hall Larensteinhet Tiny Tim-onderzoek, waarbij gebruik wordt gemaakt van een model dat het maagdarmstel nabootst na een gastric bypass. Daarin
kun je kijken wat er gebeurt met bepaalde voedingsstoffen. Zo zou je een zuivelproduct kunnen maken waarbij de koeien bepaalde grassen eten waardoor de eiwitsamenstelling van de melk anders wordt, waarbij het eindproduct geschikter is voor de bariatrische patiënt. Echt een heel gaaf onderzoek, al zal de ontwikkeling wel lang duren. Er zijn te veel ideeën om uit te voeren, onder meer op het gebied van
opname van medicatie.’


